Verdeling van de aankoopprijs

Koper en verkoper kunnen tegenstrijdige belangen hebben bij de verdeling van de totale aankoopprijs over de beide onderdelen: murs en fonds de commerce.

De volgende overwegingen spelen daarbij een rol:

1. De verkoopprijs van het fonds de commerce kan in principe geheel vrij worden vastgesteld, maar de Franse belastingdienst zal zeker een onderzoek starten indien de verkoopprijs lager is dan 50% van het balanstotaal of hoger is dan 200% van het balanstotaal van het verkochte bedrijf. Het is niet illegaal, maar de verkoper (en vaak ook de koper) moeten een en ander komen uitleggen. De meeste ondernemers zitten niet te wachten op een gedetailleerde studie door de fiscus van hun bedrijf, dus is er veel voor te zeggen om de verkoopprijs vast te stellen tussen deze twee grenzen.

2. Over de murs moet de Franse overdrachtsbelasting worden betaald, over het fonds de commerce niet. De notariskosten (incl. overdrachtsbelasting) voor de murs komen gemiddeld uit op ongeveer 7,7% van de aanschafprijs. Bij het fonds de commerce is dat ongeveer 4,5% (of 3,5% indien het bedrijf in een economisch zwakke regio ligt).

3. De berekening van de taxe de plus value is anders voor een fonds de commerce dan voor de murs. Verder is het mogelijk dat er een TVA-verrekening moet komen bij de overdracht van het fonds de commerce, dus ook belastingoverwegingen kunnen van invloed zijn op de verdeling van de aankoopprijs over beide onderdelen.

4. Tenslotte leidt een relatief hoge prijs voor het fonds de commerce tot de mogelijkheid voor hoge afschrijving (en dus lagere vennootschapsbelasting) voor de koper, terwijl het voor de verkoper juist leidt tot een hogere afrekening met de fiscus wegens beëindiging van het bedrijf. Op dit punt staan de belangen van koper en verkoper dus precies tegenover elkaar.